Dick Schievels  |
 |
Dick Schievels (1952) studeerde en werkte tot 1988 aan de Universiteit van Amsterdam (psychologische functieleer met specialisatie neuropsychologie). Van 1988 tot 1991 volgde hij een opleiding tot informatica-intermediair. Vanaf 1991 was hij eind- en hoofdredacteur van diverse vakbladen op het gebied van de informatietechnologie. Op dit moment is hij werkzaam bij Array Publications in Alphen aan den Rijn. Hij is daar hoofdredacteur van Database Magazine en Business Process Magazine. |
28 mei 2010 - What's in a name?
Mijn vrouw houdt niet van varen, maar tot mijn geluk is zij toch ooit met mij in het huwelijksbootje gestapt. Indertijd kregen wij van de burgerlijke stand de vraag voorgelegd of een van ons eventueel de naam van de ander wilde gaan voeren. Nee, dat wilden wij niet. Mijn vrouw voorop! Toen zij enige tijd na ons trouwen een schrijven van de kant van de overheid kreeg met de aanhef ‘Geachte mevrouw Schievels’, was ze dan ook behoorlijk geïrriteerd. En ze werd helemaal ziedend toen ik als reactie op haar klagen een lichte glimlach niet kon onderdrukken. Ik begreep toen ook echt niet waarom ze zich daar zo kwaad over maakte.
Toen ik onlangs bezig was met het uitwerken van het thema-interview met Helmer Wieringa (zie Infosecurity 2/20210, pag. 14 e.v.) en enthousiast vertelde over de problematiek rond privacy en identiteit, werd ik door mijn vrouw nog eens herinnerd aan die aanvaring van ruim tien jaar geleden. “Jíj hebt nu de mond vol van hoe belangrijk het is dat de privacy en identiteit van een persoon op een goede manier worden beschermd? Misschien dat je dan ook mijn woede van toen kunt plaatsen, want het verdonkeremanen van iemands naam is natuurlijk een schoolvoorbeeld van identiteitsverminking.” De spijker op zijn kop natuurlijk en stom dat ik dat destijds niet tot me liet doordringen.
Ik voer dit voorbeeld aan omdat ik tegenwoordig steeds vaker mensen tegenkom die – een beetje als ik tóén – nogal nonchalant reageren als het om allerlei overheidsmaatregelen gaat die, onder het mom van zaken als terreurbestrijding, de privacy en identiteit van de burger aantasten. Zolang je niets te verbergen hebt, hoef je je over je privacy geen zorgen te maken, is daarbij de veelgehoorde argumentatie. Uit mijn interview met Helmer Wieringa, expert op gebied van privacy en identiteit, komt naar voren dat wij burgers daar toch een stuk zorgvuldiger over zouden moeten denken.
Naar aanleiding van die opmerking van mijn vrouw schoot me overigens nog een voorval te binnen waaruit ik ook zelf had kunnen concluderen hoe belangrijk iemands naam soms is voor zijn identiteit – de mijne in dit geval. Nog voordat ik trouwde, kreeg ik een keer een mailtje van een andere Dick Schievels, die mijn (zijn?) naam was tegengekomen op het internet. Ik vond het toen zó raar om te ontdekken dat er iemand met exact dezelfde naam rondliep in Nederland dat het me enige dagen kostte voor ik het kon bevatten. Kijk, als je Jan Jansen heet, dan groei je op in de wetenschap dat er nog vele anderen opereren onder hetzelfde label als dat van jou. Maar Schievels is een vrij zeldzame naam hier te lande. Vandaar dus dat rare gevoel, waarvan ik nu óók plotseling besef dat ik dat als een aanslag op mijn identiteit ervoer.
“Identity, silly!”, zou ik tegen Juliet willen zeggen.